Maak een scan opnieuw of scan het betreffende gebied bij wanneer essentiële informatie ontbreekt of niet betrouwbaar is vastgelegd. Denk aan een onzichtbare preparatiegrens, gaten rondom de preparatie, vervormde oppervlakken, een verkeerd geregistreerde beet of onvoldoende informatie voor de gekozen restauratie. Kleine ontbrekende gebieden kunnen vaak lokaal opnieuw worden gescand. Wanneer de fout invloed heeft
... Lees verder
Ja, een edentate kaak kan met een intra-orale scanner worden gescand. De toepasbaarheid hangt wel af van de klinische situatie, het type prothese en de gekozen digitale workflow. Bij een edentate kaak zijn er minder duidelijke anatomische herkenningspunten dan bij een dentate kaak. Daardoor vraagt het vastleggen van zachte weefsels, de volledige kaak en de
... Lees verder
Een goede scan alleen, is niet altijd voldoende. Geef ook duidelijk aan welke restauratie gewenst is en vermeld relevante informatie over bijvoorbeeld materiaal, kleur, vorm, occlusie en specifieke wensen voor de restauratie. Afhankelijk van de casus kunnen ook patiëntfoto’s, röntgenbeelden of aanvullende klinische informatie waardevol zijn. Digitale workflows ondersteunen daarom steeds vaker het gezamenlijk verzenden
... Lees verder
Bij meerdere implantaten is het belangrijk dat zowel de positie van iedere scanbody als voldoende omliggende anatomie nauwkeurig wordt vastgelegd. Volg daarbij altijd de workflow die hoort bij het gebruikte scannersysteem, implantaatsysteem en de gebruikte scanbodies. Bij grotere overspanningen en volledige bogen wordt nauwkeurigheid extra belangrijk. Lange scans kunnen gevoeliger zijn voor fouten bij het
... Lees verder
Controleer eerst of de juiste scanbody voor het gebruikte implantaatsysteem is geplaatst. Zorg dat deze volledig en correct zit en dat het scanoppervlak schoon en goed zichtbaar is. Controleer steeds met een röntgenbeeld of de scanbody correct op het implantaat zit. Scan voldoende omliggende anatomie zodat het tandtechnisch laboratorium de positie van het implantaat betrouwbaar
... Lees verder
Wij raden aan om steeds een volledige scan te maken van de kaak. Door de kaak volledig in te scannen, kan een stabiele en betrouwbare occlusie vastgelegd worden.
Scan eerst beide kaakdelen zorgvuldig en registreer daarna de beet terwijl de patiënt in de normale occlusie sluit. Zorg dat de patiënt niet anders dichtbijt dan normaal en neem voldoende herkenbare tandoppervlakken mee om de bovenkaak en onderkaak correct aan elkaar te kunnen koppelen. Controleer na de beetregistratie altijd digitaal of de occlusie overeenkomt met
... Lees verder
Zorg dat de preparatiegrens vóór het scannen rondom goed toegankelijk en droog is. Verdring de gingiva waar nodig en verwijder bloed, speeksel en andere verstoringen. Scan pas wanneer de volledige preparatiegrens voldoende zichtbaar is. Bij een subgingivale preparatiegrens is dit extra belangrijk. Wanneer de scanner de grens niet kan registreren, kan het tandtechnisch laboratorium deze
... Lees verder
Een intra-orale scan kan onvoldoende bruikbaar zijn wanneer belangrijke informatie ontbreekt of niet duidelijk zichtbaar is. Denk aan een onduidelijke preparatiegrens, gaten in de scan, vervormingen, bloed of speeksel rond de preparatie, missende contactpunten of een onbetrouwbare beetregistratie. Voor het tandtechnisch laboratorium moet de scan voldoende informatie bevatten om de restauratie nauwkeurig te kunnen ontwerpen.
... Lees verder
Werk volgens een vaste scanvolgorde en voorkom dat je willekeurig heen en weer scant. Begin op een herkenbaar occlusaal oppervlak en volg de tandboog in een vloeiende beweging. Zorg daarbij voor voldoende overlap tussen opeenvolgende scanbeelden. Besteed extra aandacht aan de preparatie, contactpunten, interproximale gebieden en andere lastig bereikbare delen. Controleer na het scannen altijd
... Lees verder