Hoe maak ik een correcte digitale beetregistratie?

Scan eerst beide kaakdelen zorgvuldig en registreer daarna de beet terwijl de patiënt in de normale occlusie sluit. Zorg dat de patiënt niet anders dichtbijt dan normaal en neem voldoende herkenbare tandoppervlakken mee om de bovenkaak en onderkaak correct aan elkaar te kunnen koppelen. Controleer na de beetregistratie altijd digitaal of de occlusie overeenkomt met de klinische situatie. Indien mogelijk, registreer je het best de occlusie voor de behandeling. De patiënt is op dat moment meer ontspannen en bij hierdoor correct(er) dicht.